Boekenbeest

Ik ben een echt boekenbeest! Dat is al vroeg begonnen. Ik was niet los te scheuren van mijn boeken. Mijn moeder moest me vroeger naar buiten sturen: ‘Ga toch eens buiten spelen, je verleest je verstand nog eens!’ En als mijn vader naar boven kwam, verstopte ik gauw de zaklamp waarmee ik onder de dekens lag te lezen. Gelukkig mochten we veel vrij lezen op school. En het is maar goed dat we toen al zo’n grote bibliotheek hadden in Den Bosch! Ik liep er de deur plat: Thea Beckman, Paul Biegel, Astrid Lindgren ... allemaal gingen ze mee naar huis. Mijn grootste favoriet was Arendsoog. Ik was dol op al die andere werelden waar ik helemaal in kon wegkruipen. Dat doe ik nu nog steeds, als ik schrijf. Daarom heb ik met héél veel plezier de verhalen voor Leeskwartier bedacht!
Monique van der Zanden
Ik wilde poolreiziger worden!

Toen ik zes was, leerde ik lezen, maar hoe dat precies ging, weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik heel blij was toen ik het eenmaal kon, want ik had op mijn verjaardag van mijn veertien tantes al een flinke stapel boeken gekregen! Ik las ook met de klas, maar de schoolboekjes van toen vond ik niet leuk. Eén boekje was heel eng, over een mannetje dat oersterk was en dwars door de deur kon lopen. Dat deed hij ’s nachts en wie hij tegenkwam, sloeg hij helemaal bont en blauw. Ik was blij dat het boek uit was, al weet ik niet meer hoe het afliep. Misschien ben ik er dus schoolziek van geworden en heb ik daardoor het eind gemist! Toen ik tien werd, mocht ik naar de bibliotheek en daar hadden ze boeken over poolreizigers. Dat wilde ik toen ook worden en ik sliep de hele winter met het raam open om alvast te oefenen. Tegenwoordig is dat niet zo vreselijk, omdat het bijna nooit meer vriest. Maar toen ik tien was, had je de beruchte winter van 1962/1963. Het vroor toen wekenlang twintig graden, er was een gierende oostenwind en er lag bijna elke nacht wel een grote hoop sneeuw in mijn slaap-kamer. Mijn moeder was daarom heel blij toen ik zei dat ik geen poolreiziger meer wilde worden, maar zeeheld. Dat had ik ook uit een boek. Dus als je niet weet wat je later wilt worden, moet je boeken lezen. En als je het wél weet ook, want er staan nog veel meer interessante dingen in boeken.
Peter Smit
Een namaakwereld van papier

Als kind begreep ik weinig van de wereld. En ik had het idee dat de wereld ook niet veel van mij snapte. Ik voelde me vaak alleen met wat ik zag, hoorde, dacht en beleefde. Tot ik ontdekte dat er, naast die onbegrijpelijke buitenwereld, nog een heel andere wereld bestond: een namaakwereld van papier. Die wereld was dan wel nep - alles was van begin tot eind bij elkaar verzonnen - maar het was daar voor mij stukken leuker, spannender en leerzamer dan in de echte wereld. Al lezend voelde ik me gehoord, gezien en begrepen. Ik was soms letterlijk ‘van de wereld’ tussen de gigantische berg knuffels en kussens waar ik me nestelde met mijn boeken. Je zou het een vlucht kunnen noemen. Maar ik noem het liever: thuiskomen.
Berdie Bartels
Verliefd op Pippi!

‘Als jullie nu naar huis gaan,’ zei Pippi tegen Tommy en Annika, ‘kunnen jullie morgen weer terugkomen. Als jullie niet naar huis gaan, kunnen jullie ook niet meer terugkomen. En dat zou jammer zijn.’ Dat vonden Tommy en Annika ook. En dus gingen ze naar huis.
Dit fragment komt uit mijn favoriete kinderboek Pippi Langkous van de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren. Op mijn achtste werd ik verliefd op Pippi, verliefd op boeken, verliefd op lezen. En dat ben ik nog altijd. Het is toch fantastisch hoe je met de 26 letters van het alfabet zoveel wonderlijke werelden kunt ontdekken en spannende avonturen kunt beleven. Ik hoop dat dit project kinderen een leuk leeskwartier bezorgt. Ik vond het als schrijver ontzettend leuk om voor groep 5 in de wereld van het circus te kruipen en de belevenissen van Joppe en Jiska te verzinnen. Lees ze nog lang en gelukkig!
Dirk Nielandt
Lezen zal altijd nodig blijven

Lazen wij vroeger ‘vrij’ op school? Ik kan het me niet herinneren. De schoolbieb bestond uit hooguit twee plankjes. Een boek was luxe. Gelukkig is die tijd voorbij. Kinderboeken te kust en te keur, met het gevaar dat je niet weet wat je kiezen moet. De basisschool heeft de dankbare taak kinderen wegwijs te maken in kinderboekenland. Een lastige klus voor docenten maar een belangrijke, want kinderen die eenmaal de smaak van lezen te pakken hebben, raken hem nooit meer kwijt. Hoe de wereld zich ook ontwikkelt in de digitale revolutie, lezen zal altijd nodig blijven. Of dat nou van het scherm of van papier is. En als het goed is, zal het ook altijd léúk blijven. Wie leest met plezier, neemt ook met plezier kennis tot zich en leert de wereld beter begrijpen. Ik hoop dat de Leeskwartierboekjes aan dat leesplezier een steentje bijdragen.
Bies van Ede
Oude, vergeelde boeken

Al die mooie boeken die er nu zijn ... en zoveel keuze! Toen ik klein was, waren er gelukkig ook al erg spannende boeken. Zo was ik gek op de boeken van Astrid Lindgren (bijvoorbeeld De Gebroeders Leeuwenhart) en Roald Dahl (De GVR). Soms waren de tekeningen ook mooi. Zo hield ik van de fijne tekeningen in de boeken over Madelief. Op school mochten we af en toe ook boeken lezen. Meestal zagen die er oud uit, vergeeld en gewoonweg lelijk. Zulke boeken konden me niet uitnodigen. Van huis uit was ik wel een beetje verwend, hoor! Boeken mocht ik kiezen in de boekhandel en die staan nog steeds in mijn boekenkast thuis! En zelfs nu nog wil ik de boeken die ik lees, houden. Bibliotheken zijn speciaal en ik neus er graag, maar toch koop ik mijn boeken liever. Ik schreef heel graag mee aan de serie Leeskwartier, want ik vind het belangrijk dat er ook op school leuke, grappige, spannende en mooie boeken zijn.
Els Hoebrechts
Lezen opent deuren in mijn hoofd

Wat ik mooi vind aan boeken en lezen? Je kunt zo heerlijk genieten van de taal en je kunt de werkelijkheid even ontvluchten. Je kunt meeleven met mensen die leuke dingen doen of spannende, gekke of onvoorstelbare dingen of gewone dingen, maar dan toch anders. Daardoor kijk ik met nieuwe ogen naar mijn eigen leven. Lezen opent deuren in mijn hoofd. Een boek openslaan en in je handen hebben, is heerlijk. Het gevoel hebben dat het verhaal op je wacht, dat je het in je eigen tempo tot je kunt nemen, dat je het opnieuw kunt lezen, helemaal of stukjes ervan. Dat een boek soms mooi is op je zesde en anders mooi is als je al acht bent. Het groeit met je mee. Maar dat blijft ook als je volwassen bent. Als ik een boek herlees, lees ik het anders. Sommige boeken horen bij een tijd in mijn leven. Ik las bijvoorbeeld Alleen op de wereld toen ik mijzelf ook heel alleen voelde. Dat is fijn, dan ben je minder alleen. Ik hoop dat veel kinderen mijn leeservaring ook zullen hebben. Door uw hulp, onder andere.
Mireille Geus